Gynaika magazine, 2010, Mieke de Lombaerde en Frank de Roover




De verleiding om van het rechte pad af te wijken - Hinke Schreuders

"Jonge meisjes moesten minuscule kruissteekjes maken als onderdeel van hun opvoeding"

"Deugdzaamheid versus lust ligt aan de grondslag van bijna al mijn werk"

"Door de gevonden beelden met een huiselijke techniek als borduren uit te voeren, krijgen ze een heel andere lading"

Het werk van Hinke Schreuders (° 1969, woont en werkt in Amsterdam) was voor het eerst in België te zien op de tentoonstelling Textiel/Textuur (Monumental vzw, Bornem, 2010). In Nederland is ze geen onbekende. Met de daar zo gekoesterde merklappentechniek (steel- en kruisjessteek) brengt Hinke Schreuders echter een zeer apart verhaal. Rode draad in haar werk is het sprookje van Roodkapje en de boze wolf; een ogenschijnlijk onschuldig sprookje. Er was eens …

... een weblogster

Je was in het begin vooral bekend als weblogster? Hoe maakte je de sprong naar plastische kunsten?

Ik was en ben van oorsprong al kunstenaar, ik heb de kunstacademie gevolgd en afgerond (AKI, Enschede, 1995). Daarna ben ik een aantal jaar fulltime webdesigner geweest, waarna ik weer kunst ben gaan maken. De weblog was een onderdeel van mijn terugkeer in de kunstwereld, een manier om mezelf op de hoogte brengen na de jaren van afwezigheid.

Je gebruikt verschillende media: verf, papier, garens, vilt … In welke mate kan je met kruisjessteek je artistieke passie uitdrukken?

Kruissteekjes zijn inderdaad beperkend en wat mij betreft qua uitvoering ook niet erg interessant om te doen – je weet van te voren precies wat er komen gaat, wat nogal saai is. Wel vind ik de traditie van de steek interessant en het traditionele gebruik ervan zoals bij merklappen. Het feit dat bijvoorbeeld heel jonge meisjes, vaak van 8 of 9 jaar, minuscule kruissteekjes moesten maken – waarvan ik weet hoe zenuwslopend dat kan zijn - als onderdeel van hun opvoeding, waarbij ze ook nog eens godsvruchtige teksten moesten borduren die helemaal niet bij hun leeftijd pasten.

Vertrek je van een bepaald concept, een vondst, van het materiaal?

Ik weet altijd al wat ik ga borduren. Daartussen door loopt dan weer het concept, bijvoorbeeld bij het werk rond Roodkapje, of mijn interesse voor merklappen of voor de combinatie borduren-erotiek. In sommige werken ontstaan dingen door de manier waarop het materiaal zich gedraagt, door toevalligheden die zich tijdens het maken van het werk voordoen. Dat zou je vondsten kunnen noemen.

Roodkapje

In Textiel/Textuur zagen we onder andere Into the woods (2004·foto en installatie·handgemaakt vilt ), een heel ludieke installatie met aan één muur een groot geborduurd doek van drie op twee meter waarop een cottage, een boom en het rode roodkapje in kruisjessteek zijn uitgevoerd. Idyllischer kan het niet. Rechts onderaan borduurde je de eerste zinnen van het beroemde sprookje: "Once upon a time there lived in a pretty cottage …" Zowel tekststijl als tekening hebben iets ouwelijks, knus.

Het grote doek is in feite een letterlijke vergroting van de eerste pagina van een sprookjesboek met de oude versie van Roodkapje, uit het einde van de vorige eeuw, vandaar dat het ouwelijk overkomt. De pixels van die afbeelding die ik op internet vond, zijn vertaald naar kruissteken. Het werk staat in verband met andere werken die ik maakte rond het thema Roodkapje, zoals de vilten kledingstukken, maar ook met andere borduurwerken. Het bewuste werk is in feite gemaakt als decorstuk/achtergronddoek voor de installatie van vilten kledingstukken.

Het doek hing inderdaad naast een foto van een roodharig meisje in een blauw vilten mini-jurk, met hoge hakjes en een assemblage van allerhande vrouwenaccessoires: tasje, schoenen, jasje (de Veritas-onschuld zelve) en … zwarte vilten penissen. Er is geen bloem te bespeuren. Ontwapend mooi maar ook stout. Het geheel, doek en foto, heeft iets pikant. De schijn en onschuld van kostschoolfatsoen versus lust?

Het sprookje van Roodkapje betekent voor mij afwijken van het rechte pad en van de deugdzaam- of gehoorzaamheid en is daarmee ook weer verbonden met de merklappen. Die werden vroeger geborduurd door meisjes die misschien ook liever met de wolf op stap gingen. Deugdzaamheid versus lust ligt aan de grondslag van bijna al mijn werk. De dubbelzinnigheid zoals we die zien in de Victoriaanse tijden toen vrouwen zich fatsoenlijk moesten gedragen. Maar die ook nu nog speelt, zij het misschien veeleer omgekeerd; hedendaagse vrouwen worden geacht sexy en kinky te zijn in plaats van deugdzaam. Kijk bijvoorbeeld naar het damesblad Viva dat als welkomstcadeau een vibrator weggeeft. De verwarring die door die verschillende beelden ontstaat, ligt aan de basis van mijn werk.

Op Little girls (1’)·staat alleen tekst, het is een mooi staaltje van schoonschrift en ambachtelijke vlijt. Ook hier is sprake van een wolf. Waar zit het ambigue hier?

"Little girl, this seems to say. Never stop upon your way. Never trust a stranger friend; no one knows how it will end. As you’re pretty, so be wise, wolves may lurk in every guise. Handsome they may be, gay or charming, never mind. Now and then, this simple truth sweetest tongue has sharpest tooth." Het verhaal over Roodkapje bestaat al eeuwenlang. Maar pas in de zeventiende eeuw werd het voor het eerst opgeschreven door Charles Perrault. Bij Perrault doet Roodkapje een striptease voor de wolf, ze kruipt naakt bij het harige dier in bed en wordt vervolgens zonder pardon door hem opgegeten. Het loopt slecht met haar af - want de bekende redding in de vorm van een jager blijft uit. Zo was het verhaal van Roodkapje een waarschuwing aan de jonge dames van adel: ze konden zich beter niet laten verleiden van hun paadje te gaan, anders zou het ook met hen wel eens slecht kunnen aflopen.

In de loop der eeuwen veranderde het verhaal. In sommige versies werd Roodkapje mondiger, minder onbenullig, verzint ze een list waardoor ze aan de wolf kan ontsnappen. En in het sprookje dat wij kennen, wordt ze gered door een oplettende jager. Zo laat de geschiedenis van Roodkapje twee kanten van het meisje, of de vrouw, zien. Aan de ene kant de nette volgzame vrouw, die Roodkapje eigenlijk geacht wordt te zijn, een rol die ze na de redding door een sterke man weer kan vervullen. Aan de andere kant het meisje dat zich laat verleiden het rechte pad te verlaten, omdat ze misschien haar eigen weg wil gaan, omdat ze avontuur zoekt. Of omdat ze gewoon door de wolf genomen wil worden. Het is een dubbelheid die ik zie in de wereld om me heen, op billboards, in tijdschriftreclames, het internet en op televisie. De damesbladen die laten zien dat de perfecte vrouw taarten bakt, tuiniert en met kinderen en hond over het strand rent. Daartegenover de pornofilms en -plaatjes, waarin die perfecte vrouw zich met een stralende lach laat neuken ...

Ambigue en expliciet

Die referentie aan porno zien we ook in je vroegste werk Faces. Het is een reeks van 20 kleine geborduurde/geschilderde portretten van vrouwen na een blowjob. Het zaad plakt op hun gelaat. De vrouwen hebben niet meteen een gelukzalige expressie maar bekijken je met een koele afstandelijke blik. Was dat de bedoeling?

De serie Faces is ontstaan toen ik door mijn werk als webdesigner, en op internet in het algemeen, voortdurend geconfronteerd werd met pornobeelden. De zogenaamde ‘facials’ (een genre in de porno waarin wordt ingezoomd op vrouwen met sperma op hun gezicht) fascineerden me omdat hun gezichtsuitdrukkingen daarin inderdaad opvallend zijn, van vertrokken tot afstandelijk – wat niet wil zeggen dat de vrouwen in kwestie het verafschuwen. Door de zo gevonden beelden in zoete kleurtjes en met een huiselijke techniek als borduren uit te voeren, bijna als poëzieplaatjes, lieflijk en liefdevol, krijgen ze een heel andere lading. Ik wil daarmee de vraag opwerpen in hoeverre het verwerpelijk dan wel vernederend of misschien juist romantisch en liefdevol is dat vrouwen zich zo laten behandelen.

En dan heb je de schattige kindertafereeltjes Flow (now honey) met een hoge dosis Rie Cramergehalte. Dit is geen pure nostalgie veronderstellen we?

Het werk Flow is een beetje een vreemde eend in de bijt, maar toch met de andere werken verbonden. Het is een bordurend meisje (als afbeelding gevonden in een traditioneel borduurboek) dat een bloemenzee borduurt in hetzelfde glanzend witte garen als waarmee het druipende sperma in de serie Faces is geborduurd. Het is niet meteen direct zo te benoemen of te zien, maar het gaat ook over de tegenstelling lust versus deugzaamheid, liefdevol versus porno.

Het ambigue wordt explicieter met de jaren. Voor de reeks Works on paper werk je met foto’s uit modebladen. Meestal echte ‘Burda-schones’ uit de jaren 60: slank en aantrekkelijk, mooi gekleed. Je gebruikte ook wel eens een foto van een huisvrouw, de ideale huisvrouw dan wel. Hoewel je de gezichten bewerkt hebt, blijft er altijd een zekere esthetica hangen. Het rood van de lippen is weliswaar uitgelopen, er is hier en daar wat bloed. Maar het stoot niet af.

Zo is het ook. Ik denk dat het expliciete veeleer ambigue wordt, ik zoek meer naar een zekere subtiliteit, meer de suggestie dan het letterlijke benoemen. Die vrouwen zijn niet zozeer rolmodellen voor mij maar in hun hoedanigheid als modellen uit damesbladen zijn het rolmodellen voor de vrouw in het algemeen. Het tijdperk waaruit ik de damesbladen kies (de jaren 50 en 60), vind ik geschikt voor mijn verhaal omdat ze in verhouding tot nu in die rol sterk gecondenseerd en overdreven zijn. Ik kies vaak foto’s uit waarop het model omkijkt of opzij kijkt, alsof er buiten beeld een bepaalde dreiging of verleiding aanwezig is. Of modellen die iets nadenkends, melancholisch of treurigs hebben en zo - in tegenstelling tot de meestal breedlachende of zorgeloze fotomodellen - die de door mij gezochte dubbelheid al in zich hebben. Maar ook een bepaald motief of patroon op een kledingstuk waarmee ik qua borduurtraditie iets kan, kan de aanleiding zijn.

Heel intrigerend vind ik Bird. Waarvoor staat hij?

De vogel is een element dat met enige regelmaat terugkomt in mijn werk en van autobiografische aard is. Hij is afkomstig uit een tekening van een voormalige partner, die zelf kunstenaar was en me erg heeft geholpen met mijn eigen werk. Het gebruik van iets uit zijn werk is een soort markering en erkenning daarvan en van die relatie in het algemeen. Het is dus meer een particuliere toevoeging aan het werk.

Sprekend voor je hele oeuvre is Dog uit 2007. De boze wolf, een vastgebonden vrouw met tuitende (uitnodigende?) lippen, ze ziet er niet bang uit. Hoewel machteloos (gebonden) niet machteloos?

Er zit een rode draad in mijn oeuvre, en als ik die er al niet bewust in stop door de keuze van mijn onderwerpen, komt die er vanzelf in. Ik geloof sterk dat een kunstenaar een verhaal moet hebben, dat hij of zij voortdurend vertelt. Ook in dit werk is het de verleiding en de dubbelheid om van het rechte paadje te gaan, waartoe Roodkapje door de wolf aangezet wordt, maar er tegelijk misschien net zozeer zelf naar verlangt. Ik wil in de toekomst ook graag verder het traditionele borduren en de merklappen bestuderen en exploreren.

Frank de Roover en Mieke de Lombaerde, Gynaika Magazine, 2010 -