uit De Volkskrant van 29 november 2003, door Marina de Vries.

Studenten Rijksakademie zijn de weg kwijt

Open Ateliers Rijksakademie, Sarphatistraat 470, Amsterdam, 28 t/m 30 november van 12 tot 19 uur.

Je hebt net als bij wijn goede jaren en slechte jaren. Voor de Rijksakademie van beeldende kunsten is 2003 een matig jaar. Wat heet? De deelnemers, zoals de studenten aan dit prestigieuze opleidingsinstituut heten, zijn de weg behoorlijk kwijt.

Nostalgie en onzekerheid vieren hoogtij, blijkt uit een rondgang langs de werkplaatsen die traditiegetrouw in november voor publiek opengaan. 'Sorry it's closed', zegt Jean-Baptiste Ganne voordat hij de deur dichtsmijt. 'On strike' staat op zijn atelier, waar grote pannen soep staan te borrelen. 'It is just the smell', verklaart hij schouderophalend. Pardon? De geur van oma's groentesoep als kunstwerk? 't Is dat hij het zegt, anders was zijn werk niet opgevallen tussen de borrelpartijen die her en der losbarsten.

'I'm sorry, I will not do it anymore', herhaalt een video-jongeman verderop slaafs en oeverloos, alsof hij een kind is dat strafregels moet opdreunen. In een ander atelier schommelt Danielle van Vree met een gezicht vol dromen, maar haar benen op de televisie daaronder bungelen slap alsof ze zich zojuist heeft verhangen.

Leuk is het blijkbaar niet om in deze roerige tijden op de Rijksakademie rond te lopen en dat is begrijpelijk. Want de druk wordt elk jaar groter. Terwijl de studenten worstelen met hun kunstenaarsidentiteit, groeien de open dagen uit tot een evenement met mammoetproporties. Steeds nadrukkelijker worden de galeriehouders annex talentenscouts binnengehaald. Wie hier en nu niet opvalt, kan het schudden.

Hoe je dat doet, opvallen in een groep van meer dan zestig deelnemers? Met een grote grap bijvoorbeeld, zoals Kristof Kintera. Een eenzame, rode boodschappentas van Dirk van den Broek staat midden op zijn vloer. 'It's so cheap and it's crap', babbelt de tas met zware stem. Een rondtollende komkommer denkt het zijne van de prijzenoorlog.

Met studenten uit onder andere voormalig JoegoslaviŽ, Rusland en ArgentiniŽ bonst het wereldtoneel sowieso steeds harder op de deuren van het kunstinstituut. Hoe verhoud je je als kunstenaar tot oorlog, armoe en ellende? Steekje je kop in het zand en zoek je houvast in de romantiek van damestheekransjes en barokke danspartijen? Of verlies je je in een mysterieuze poppenwereld, die kraakt en sist, zoals de werkelijk betoverende maar ietwat te lang uitgesponnen film van Daan Spruijt?

Een aantal deelnemers onderneemt dappere pogingen om de werkelijkheid binnen te halen. Nora Martirosyan laat schutterige immigrantenpubers getuigen van heimwee en verlangen. Banu Cennetoglu ontrafelt asielzoekerscentrum Ter Apel in foto's die om het even waar genomen kunnen zijn. In een landschap van zwarte stoelen en felle lampen kan de bezoeker uit de foto's zijn eigen verhaal samenstellen. Maar het lukt niet om de kijker bij zijn lurven te grijpen.

Ritsaert ten Cate (1938), theatergoeroe, oprichter van toneelopleiding DasArts en waarschijnlijk de oudste deelnemer aller tijden, laat zich niet gek maken. Zijn atelier is een bombastische ode aan de vrede, met een bad van kaarsen en dode zwanen. Buiten schuilt een verdwaalde bom in een kinderwagen. Binnen is het warm en gezellig. Als een negentiende eeuwse leunstoelgeleerde zit hij erbij en kijkt ernaar.

Marina de Vries