Berend Strik tijdens de opening van de tentoonstelling Geborduurd in Textielmuseum Tilburg:

ALS DE KUNSTENAAR SPREEKT, is de Burgemeester stil. Wie een kunstenaar vraagt een groepstentoonstelling te openen heeft daar allicht speciale bedoelingen mee. Voor mij is dit een merkwaardige situtatie, alle kunstenaars die vandaag hier te zien zijn hebben als gemeenschappelijke techniek: het borduren, maar kunnen wij niet allemaal borduren, de een ietsje beter dan de andere? IK denk zelfs iedereen kan borduren alleen ik kan het een beetje beter en niet 30 anderen kunnen het een beetje beter. Dit gebeurt er nu als een kunstenaar de kans krijgt in zijn eigen tentoonstelling te vertellen hoe goed hij is...

Wordt Borduren wel serieus genomen?

Gemakkelijk veroordeelt men de toepassing van textiele technieken als decoratief en oppervlakkig. Met het begin van de moderne tijd is er ook een nieuwe tijd aangebroken voor de textiele technieken.

Verschillende vormen van decoratie werden getart: In de Schilderkunst is Henri Matisse (1869-1954), die zich immers niet voor het decoratieve schaamde, het grote voorbeeld. Matisse verzamelde ook een grote collectie aan gewaden en andere textiele materialen. Decoratie herinnerde de autonome moderne kunst aan een vorm van dienstbaarheid die ze juist achter zich had gelaten. De moderne kunst wilde iets ander zijn dan aangename decoratie voor een woning, overheidsgebouw of een bedrijfslobby. Kunstenaars die juist kritisch stonden tegenover die autonomie, en haar als verarming en isolement ervoeren, omarmden in veel gevallen dan ook het decoratieve.

Als stroming zou ik de Jugendstil en art nouveau (1894-1914) willen noemen: het bood kunstenaars de gelegenheid om het autonome ezelschilderij achter zich te laten en decoratieve objecten, stoffen, meubels, en zelfs complete gebouwen vorm te geven. Een cruciale stap in Henry van de Veldes overstap van schilderkunst naar vormgeving en architectuur was het wandkleed Engelenwake (1893): een lineair vereenvoudigde, synthetische voorstelling die in sierlijk gebogen lijnen is geborduurd in plaats van geschilderd. Het omarmen van textiele materialen en van de decoratie om zo de autonome kunst te bekritiseren en te pogen eraan te ontsnappen, heeft dus een traditie.

Wie als hedendaags kunstenaar besluit in deze traditie te gaan borduren, liever dan te blijven schilderen of beelden te maken, verandert niet alleen van medium: het borduren is meer dan alleen handwerk, het is een territorium. De interessante beweging tussen de traditie en de sociale connotaties is eigenlijk heel uniek. Het creert een kritische kijk naar onze culturele omgeving.

Een intiem terrein, waarvan de grond, steeds opnieuw bevrucht door tranen van vreugde en bitterheid, eeuwenlang boekenleggers, tafelkleden, doodshemden en bruidsjurken heeft voortgebracht.

Het is een terrein bezet met ideaalbeelden en nostalgische clichť's van fijne vlugge vingers, geduldige handen onder lamplicht, van stille, ingekeerde vrouwengelaten, van discretie, geduld, reinheid en een eerzame broodwinning,

Het is een terrein vol bittere herinneringen van vrouwen veroordeeld tot dit ideale bastion: thuiswerksters, naaisters, kleine schoolmeisjes, halfblinde oude vrouwen en in het huis nog net gedulde, ongetrouwde tantes. Een slagveld van bloedende vingers, zwetende kinderhandjes, mislukte werkstukken, onderdrukt venijn, berusting en uitbuiting.

Wie dit territorium betreed moet weten wat hij doet: hij krijgt te maken met de connotaties van een soort collectief geheugen, ook al is dat aan het vervagen sinds de meisjesscholen niet meer bestaan, het borduren niet langer de enige eerzame vrouwelijke bezigheid in gemengd gezelschap is en de producten nu uit Taiwan komen of deel zijn van een Derde Wereld folklore.

Vroeger was er (onder meer) schilder- en beeldhouwkunst. Nu is er beeldende kunst. Een verzameling specifieke kunsten is opgegaan in de generieke beeldende kunst; de traditionele disciplines zijn geabsorbeerd in iets wat simpelweg 'kunst' heet, niet aan een medium of ambachtelijke traditie gebonden is en uiteenlopende vormen kan aannemen..

Maakt het verschil of je een man of een vrouw bent, wanneer je het borduren aan de moderne kunst wilt toevoegen? In de 70-er jaren besloten de feministen dat het maar eens afgelopen moest zijn. De textiele technieken werden opzij geschoven. Typisch vrouwelijke' technieken zoals weven, borduren en naaien en 'typisch vrouwelijke' materialen zoals textiel zijn met ingang van de feministische kunst van de vroege jaren zeventig door vrouwelijke kunstenaars (her)opgeŽist als volwaardige artistieke technieken en materialen en zo (opnieuw) geÔntroduceerd in de beeldende kunst.

Zeker sinds het abstract expressionisme was de schilderkunst een verheven, 'mannelijke' aangelegenheid met machoconnotaties en bijbehorend gedrag geworden. Vrouwelijke kunstenaars die zich van hun problematische positie in de kunstwereld bewust waren, reageerden door op nadrukkelijke wijze werk te maken met materialen en technieken die door hun 'lage', 'ambachtelijke' en 'vrouwelijke' connotaties de verhevenheid van de kunst relativeerden. In de jaren tachtig maakte Rosemarie Trockel Strickbilder: machinaal geweven 'schilderijen' op spieramen. De huisvlijtconnotatie verdween door de machinale techniek, maar Trockel continueerde, met veel ironie, de aanval op de existentiŽle pretenties van de schilderkunst.

Er is een klein aantal kunstenaars dat, om uiteenlopende redenen, de laatste jaren borduursels gebruikte: Alighiero BoŽtti (1940-1994) laat Afgaanse vrouwen zijn alfabetten en rivieren borduren, de Canadese groep General Idea heeft zich - drie man sterk - aan kruissteekjes gewaagd, Annette Messager heeft haar jeugdherinneringen in zakdoekformaat van zich afgeborduurd en in New York borduurt een groepje jonge gay-kunstenaars grote motorfietsen in delicate steekjes.

"Strik heeft zich in zekere zin een feministische strategie toegeŽigend; als een soort she-male gaat hij met de pompende en penetrerende naald van zijn naaimachine (of met de hand) de doeken te lijf. Het gaat hier niet om een doorzichtige poging te shockeren - een man die vieze plaatjes borduurt! - maar om aanhoudende pogingen beelden dusdanig te bewerken dat ze complexer, rijker, weerbarstiger en sensueler worden dan ze doorgaans mogen zijn." Ik besteedde mijn borduurwerken uit bij een Hongaarse man, die met de naaimachine ondermeer het grote, carnavaleske "Schuttersstuk" borduurde. Later kocht hij zelf een naaimachine.

Doordat ik in 1989 in Tilburg in dit museum op een aantal naaimachines het borduren mocht uitproberen dacht ik dit kan ik zelf ook. En besloot de werken zelf te gaan borduren. Gaande weg is de foto veel centraler gaan staan en werk ik nu met 8 verschillende vrouwen uit Jugoslavie, Japan, Finland.

In sympathie met de vrouwen die door de eeuwen heen geborduurd hebben zou ik willen vragen met mij aan hun te denken... In sympathie met de mannen die door de eeuwen de machines aangestuurd hebben.....

Toch is ook hier cruciaal dat de afbeelding tactiel wordt en haar fotografische immaterialiteit verliest. Het borduren stuwt een beeld naar een omslagpunt waar de voorstelling ervaring wordt.

(Berend Strik, Tilburg, 17 februari 2006)