|
Grijze bakstenen muren en bruine tegels op de vloer - u kent het wel, de bouwstijl uit de jaren zeventig die tegenwoordig van grauwheid doordrenkt lijkt. Bronzen beelden, tekeningen op schotten en in vitrines, glazen jus d'orange in rijen op dienbladen en nippende oudere dames in deux pičces. Lulliger kan het bijna niet - en Erzsébeth Baerveldt verdient beter. De conservatrice van het Bredase museum 'De Beyerd' die een lezing over Baerveldts werk zou houden zat vast in de trein bij Geldermalsen, de kunstenares zelf was verhinderd wegens ziekte.
En dat terwijl we allemaal zo graag de haargrens hadden willen zien, die Baerveldt bij zichzelf omwille van de kunst met twee centimeter terug liet brengen. Hoewel ik mijn twijfels heb over haar recente werk, blijft haar aan het ongezonde grenzende - maar voor een kunstenaar noodzakelijke - fascinatie met bloedgravin Erzsébeth Báthory interessant. Dat het werk 69, samen met twee grote tekeningen, ook op de tentoonstelling te zien is maakt veel goed:
"Op het schilderij heeft Baerveldt haar eigen gelaatstrekken vermengd met het portret van gravin Báthory. Het kostuum dat ook tot 69 behoort, is door Baerveldt zelf gemaakt van oude stoffen. In haar eigen maat zodat ze het zelf kan dragen. 69 is een meerduidig werk. De geportretteerde vrouw met de gelaatstrekken van Baerveldt in zestiende eeuws kostuum spiegelt zich aan het werkelijke kostuum dat weer een kopie is van het geschilderde kostuum. Baerveldt heeft zich wel eens in het kostuum gehuld, waardoor alles nog geheimzinniger werd. De kunstenaar en haar muze gaan een symbiose met elkaar aan. Wie wie is valt nauwelijks te achterhalen." (uit de catalogus 'Morbus Sacer')
> Morbus Sacer, een tentoonstelling van Erzsébet Baerveldt in het exposorium van de Vrije Universiteit in Amsterdam.
|