|

Toen in 1928 de eerste fotocabine in Parijs verscheen, zag surrealist André Breton in het spiksplinternieuwe staaltje techniek een uitgelezen kans om zijn ideeën in de praktijk te brengen. Foto's zonder fotograaf, gemaakt door een machine en genomen voordat je de kans had je haar goed te doen en je beste gezicht op te zetten - voor de bedenker van het automatisme was het een ideale manier om de sturende hand van de kunstenaar kwijt te raken en het toeval de boventoon te laten voeren. Zesenzeventig jaar later zijn de pasfoto's die Breton samen met zijn surrealistische collega's in de Photomaton maakte, te zien op Art Basel:
"Here they all are: Breton, Max Ernst, Luis Buñuel, René Magritte, Yves Tanguy, Paul Eluard, Louis Aragon and Suzanne Muzard, the former prostitute for whom Breton had recently conceived a grand passion. This is a portrait gallery of surrealism at its zenith. Buñuel is about to collaborate with his eccentric Catalan friend Salvador Dalí to film Un Chien Andalou, Magritte to paint The Treason of Images - a blandly realistic pipe beneath which is written in a neat hand: "Ceci n'est pas une pipe."
> André in wonderland - de Guardian over de pasfoto's van André Breton en zijn vrienden, die deze week te zien zijn op Art Basel.
|