|
 In 1995 had ik een gesprek over mijn werk met kunstenares Kinke Kooi - ik koos haar als gecommiteerde voor mijn eindexamen aan de kunstacademie omdat de onderwerpen in haar tekeningen me in die tijd aanspraken. Vandaag de dag denk ik daar anders over, maar het verhaal dat ze ooit vertelde in een interview spookt nog af en toe door mijn hoofd. De gedachte 'hier wordt tenminste gewerkt'. De dwangneurose. En het meditatieve van het eindeloze monikkenwerk waar ook ik mezelf zo vaak mee opscheep:
"Toen ik nog schilderde kon ik moeilijk tot werken komen. Ik had last van een soort luiheids syndroom. Als ik langs een kantoor fietste dacht ik: hier wordt tenminste gewerkt. Ik verlangde naar een schilderneurose waardoor ik tenminste zou blijven schilderen, zoals in mijn kindertijd, toen ik zonder moeite uren zat te knutselen. Op een gegeven moment heb ik besloten deze knutselvreugde weer toe te laten in mijn werk. Ik ging op zoek naar handelingen die ik prettig vond en kwam uit op het trekken van lijnen in een eindeloze herhaling. Dit kwam in de buurt van wat ik mij voorstelde als werken in een dwangneurose. Eigenlijk is het meer een meditatieve manier van werken. Die zaken liggen dicht bij elkaar, misschien is een neurose wel een mislukt verlangen naar meditatie."
(Kinke Kooi in een interview met Miriam Westen, uit de catalogus bij haar tentoonstelling in Gemeentemuseum Arnhem (1993). Afbeelding: 'Onbenul/Fool')
|