|
"Zodra ik kon schafte ik me een deur aan, maar ik kwam erachter dat je gek kunt worden als je die niet op een kier laat staan. Een atelier is geen isoleercel, of een plek waar je aan het echte leven kunt ontsnappen. Niemand kan buiten een dialoog, het werk ook niet. Het werk moet een gesprek aangaan met meer mensen dan alleen zijn maker. Kunstwerken worden gemaakt om bekeken te worden, erover na te denken, te praten. Ze moeten vanuit allerlei verschillende hoeken worden bekeken en onderworpen aan verschillende soorten analyse en interpretatie."
en
"Soms zit, als ik binnenkom, degene die hier zijn dagen doorbrengt te werken aan een tafel in de hoek, of neemt net een foto, kijkt naar een video of maakt zijn penselen schoon. Vaak doen ze niets. Nietsdoen is belangrijk. Zo ziet het leven in het atelier eruit. De meeste kunstenaars zijn veel alleen, denken na over wat ze doen, of vermijden dat juist, vertellen zichzelf verhalen, of zitten gewoon maar wat tussen hun spullen. Dat is ook werk. Je kunt er doodmoe van worden."
(uit een artikel over de kunstenaar en zijn atelier, dat Adrian Searle schreef voor de catalogus van de tentoonstelling 'Early Works. De Ateliers 1998-2002', gepubliceerd in BK-informatie 2002-7)
|