|
 Vandaag kreeg ik per papieren post een paar krantenpagina's toegestuurd met maar liefst vier artikelen over De Pont in Tilburg, ter gelegenheid van de opening van een auditorium en een nieuwe tentoonstellingsruimte voor videokunst.
In één van de artikelen een interview met "suppoost, portier en manus-van-alles van het eerste uur Wil Engel (56)" die - zoals hij me ooit zelf vertelde, in zijn functie als portier - al sinds zijn vijftiende in het gebouw van De Pont rondloopt. Werkte hij bijna zijn hele leven als arbeider in de tien jaar geleden tot kunstruimte omgebouwde textielfabriek, nu heeft hij zich ontpopt als rasechte kunstliefhebber:
"Ach ik weet niet wat dat is", zegt hij, "maar ik weet wel dat je niemand moet dwingen. Dan krijg je van die eindeloze discussies, zo van 'dat kan ik ook'. Daar doe ik niet aan mee. En als je mij vijftien jaar geleden had gezegd dat ik interesse zou opvatten voor kunst, dan had ik je voor zot uitgemaakt. Niks is zo veranderlijk als een mens. Kom, ik laat je nog even mijn lievelingsschilderij zien." Engel gaat voor naar de 'kamer' van de in Dresden geboren Gerhard Richter. Hij wijst op een abstract werk uit 1999. "Die kleur en dan dat rood dat er doorheen schijnt." Zijn hand maakt een strelende beweging in de richting van een dotje dieprood."
> Uit, zowaar, het Brabants Dagblad: "Da's wel zó verdories mooi", Wil Engel over zijn werk in De Pont en "We zijn wat losser geworden", een interview met directeur Hendrik Driessen.
|