|
 Een week of twee geleden was ik bij Loerakker Galerie - gevestigd in een chique grachtenpand-met-trapje aan de Keizersgracht, zo'n galerie met een bordje 'bellen s.v.p.' naast de deur, iets wat ik vroeger nooit zou hebben gedurfd - om er eindelijk eens de kroonluchters van Hans van Bentem in het echt te zien, toen ik in de onverwacht grote kelders onder het gebouw in een geheimzinnig hoekje belandde. De muren van een nis met een eeuwenoud uitziend trapje naar boven hingen vol met uitgezaagde, witte cijfers van zo'n vier centimeter dik, willekeurige cijfers zo te zien, of getallen eigenlijk, variërend van 6 tot 35704, keurig netjes op een raster van dunne potloodlijntjes geplakt, in een schijnbare orde en alsof het er al eeuwen zat, een raadselachtige bezwering of toverformule van een zeventiende-eeuwse Amsterdamse alchemist. Bij navraag bij de galeriehoudster bleek het een kunstwerk te zijn dat tijdelijk bij de galerie in stock was, maar inmiddels al zo'n tien jaar in dat oude trappenhuis hangt. Ze wil het nooit meer kwijt, zei ze.
> Het geheimzinnige hoekje van de minstens zo geheimzinnige Ben Raaijman in de kelders van Loerakker Galerie.
|