|
 Joseph Cornell bleef zijn hele leven bij zijn moeder. Samen met haar, en zijn kreupele broer Robert, woonde hij in een huis in New York. Daar in dat huis, aan een straat met de naam 'Utopia Parkway', zat Joseph dag in dag uit op zijn zolderkamer en maakte doosjes. Alleen maar doosjes. Doosjes met dingetjes erin. Doosjes met landkaarten en sterrenbeelden en planeten. Doosjes met alleen maar één vogeltje, van hout. Die doosjes gaf hij weg, aan mensen. Of hij maakte ze speciaal voor iemand. Zoals 'Untitled (for Tina)', bijvoorbeeld. En soms, heel soms, deed hij wel elf jaar over zo'n doosje. Vroeger droomde ik dat ik ook kon, van die doosjes maken. Nu niet meer. De beste doosjemaker ter wereld bestaat al. Ook al is hij dan dood.
> 'Curiosity Cabinet': Artnet.com over de dozen van Joseph Cornell (1903-1972), die nog tot 18 januari te zien zijn in de tentoonstelling Habitations of Reverie in de New Yorkse Allan Stone Gallery.
|